Inspiratie,  Sparen

Zijn buffers wel zo’n goed idee?

Schrijven over geldzaken vind ik leuk, maar lezen over personal finance, financial independence, FIRE, HOT en alles wat daarmee te maken heeft vind ik minstens net zo leuk. Elke dag lees ik wel een artikel en ik probeer ook altijd weer nieuwe bronnen van informatie en ideeën te vinden. Zo kwam ik vandaag dit artikel van Early Retirement Now (ERN) tegen, ‘Our emergency fund is exactly $0.00’.

Papa en mama ERN zijn inmiddels al met early retirement, dus ergens doen ze iets goed. Maar geen (noodgevallen) buffer hebben… WAT!? Dat druist in tegen letterlijk 99% van het advies dat je overal tegenkomt. Ze hebben wel zo’n $1000 die vrij besteedbaar op hun betaalrekening staat en een paar honderd dollar in cash in huis. Dat is het. En ze hebben een nettowaarde van meer dan een miljoen, dat ook…

early retirement now

Waarom je geen buffer moet aanhouden

De belangrijkste argumenten die ERN tegen een buffer noemt zijn opportuniteitskosten (opportunity cost), de verleiding om uit te geven en “funny accounting”.

Opportuniteitskosten willen zoveel zeggen als de kosten die je maakt (ook in de vorm van minder inkomsten) als je een keuze maakt, ten opzichte van de ideale (lees: meest winstgevende/goedkoopste) keuze. In het geval van een buffer zitten de opportuniteitskosten ‘m in het niet op een lucratievere manier je geld gebruiken. Bijvoorbeeld door te beleggen. Zeker nu de rente op spaarrekeningen zo laag is dat je geld alleen maar minder geld waard wordt door inflatie.

De verleiding om uit te geven heeft niet zoveel uitleg nodig. Geld dat op je rekening staat “voor het geval dat” is nu eenmaal makkelijk uit te geven. Het heeft geen direct doel (want die noodgevallen zijn hypothetisch) en kan daardoor soms wat loos voelen. En dan gaat het soms kriebelen…

Tot slot noemt hij funny accounting, wat ik wil vertalen als omslachtig budgetteren. Die buffer moet namelijk altijd gevuld zijn. Dus als er iets gebeurt waardoor je geld moet opnemen moet je dat weer zo snel mogelijk aanvullen. Dat aanvullen gaat weer ten koste van het doelsparen/beleggen/”nuttiger besteden van je geld” (daar komt die opportunity cost weer om de hoek kijken).

Waarom je wél een buffer moet hebben

ERN besteed nog twee artikelen aan het ontkrachten van argumenten voor een buffer (hier te vinden). Daar komen een aantal interessante punten voorbij die enigszins overtuigend zijn. Deels hebben ze te maken met psychologische neigingen die we hebben die rationeel gezien niet handig zijn. Deels hebben ze te maken met (betere, volgens ERN) alternatieven, veelal gebaseerd op het nemen van leningen – iets dat ik nogal twijfelachtig advies vind. En zo nog wat punten.

Toch denk ik dat je beter wel een buffer kunt hebben. Op z’n minst die €1000 voor noodgevallen om mee te beginnen. Of het rationeel slim is of niet, psychologisch gezien geeft zo’n buffer rust. Rust en ruimte in je hoofd omdat je je geen zorgen hoeft te maken als de koelkast ineens kapot is of je fiets gestolen wordt. Dat vind ik heel wat waard! (De opportuniteitskosten bijvoorbeeld 😉 ). Die rust zorgt er bovendien voor dat je verder rationelere keuzes kunt maken met je geld. Win-win!

Misschien zit ‘m daar ook wel het verschil tussen FIRE (waar ERN zoals de naam suggereert mee bezig is) en HOT (daar wil ik heen). Als je echt (heel) vroeg met pensioen wil telt elke cent zwaarder, want je geld moet sneller meer opleveren. Wil je vooral meer vrijheid en bijvoorbeeld minder gaan werken maar niet per se eerder met pensioen, dan heb je iets meer speling. Dat is ook wel lekker als je besluit dat je je baan wilt opzeggen of als ondernemer werkt en er de mogelijkheid bestaat dat je plots geen inkomen meer hebt. Dan kan je natuurlijk je beleggingen verkopen of die lening afsluiten (ERN geeft daar nog wat argumenten voor), maar gemakshalve kan je ook die buffer van 3-6 maanden aanleggen.

Noodgevallen en slechte budgetten

Ik wil afsluiten met een argument waar ik dan wel weer helemaal achtersta (nummer 10 op de ERN lijst): je noodgevallenpotje moet geen pleisters plakken zijn. Zoals ERN zegt, “Something breaking down is not an emergency. Something breaking down earlier than expected is an emergency.”

Iets dat kapot gaat is geen noodgeval. Iets dat eerder dan verwacht kapot gaat is een noodgeval.

close up photography of red and black road bike frame
Foto door Guillaume Hankenne op Pexels.com

Alles* gaat namelijk ooit kapot. In principe weet je dus – en kan je in je budget rekening houden met – dat je al die dingen een keer moet vervangen. De ene vaker dan de ander. Dus als de koelkast die je pas twee jaar hebt plotseling kapotgaat, of als je fiets inderdaad gestolen wordt? Noodgeval! Maar die koelkast die al 15 jaar meegaat of die fiets die nog van je opa is geweest? Dat had je kunnen zien aankomen. En dat soort verwachte kosten, daar kun je voor reserveren. Zodat je ze gewoon vanuit je budget kunt opvangen. Daar zou je die buffer niet voor nodig moeten hebben.

Kortom, ik ben wel voor een beetje buffer. Mij ontzorgt het (en ik ben nogal een zorgenmaker). Ja, je moet er dan wel koste wat het kost vanaf blijven als de nood niet echt aan de man is – en we weten allemaal best wanneer dat wel of niet zo is. En misschien levert het niet op wat beleggingen wel doen. Maar daarom vul je die buffer ook z.s.m. met een minimaal redelijk bedrag** en dan ga je leukere dingen doen. Je hypotheek versneld aflossen, beleggen, sparen voor je droomreis, noem maar op!

Wat vind jij? Ben jij voor of tegen buffers?

 


* In ieder geval de meeste dingen, maar zeker dingen als koelkasten, TV’s, computers, fietsen en andere gebruiksvoorwerpen.

** Wat dan een minimaal redelijk bedrag is? Daar deel ik binnenkort mijn mening over.

 

No Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *